Agentuur onder Engels recht: Kansen en risico’s voor de Nederlandse principaal

Agentuur onder Engels rechtEen Nederlandse principaal, die met een Engelse handelsagent volgens Engels recht een agentuurovereenkomst aangaat, moet rekening houden met zowel kansen als risico’s. Dit komt omdat Nederland en Engeland de EU Agentuur Richtlijn 86/653 anders hebben geïmplementeerd.

Reikwijdte

Nederland heeft de EU Richtlijn omgezet in artikelen 7:428-445 BW. Deze zijn van toepassing op zowel de handel in goederen als op de levering van diensten (met uitzondering van overeenkomsten die onder de Wet financieel toezicht vallen).
Engeland heeft de EU Richtlijn geïmplementeerd in de Commercial Agents Regulations, maar deze gelden alleen voor de handel in goederen. Bij een mix van goederen en diensten is het onduidelijk of de Regulations zich ook uitstrekken over het dienstengedeelte. In de praktijk wordt dit vaak opgelost met twee aparte overeenkomsten voor goederen en diensten of een duidelijk onderscheid tussen de verschillende provisies.
Verder zijn de Regulations niet van toepassing op de handelsagent, die de agentuurwerkzaamheden als nevenactiviteit verricht. De Regulations (in een bijlage) bevatten een aantal indicaties om vast te stellen of dit het geval is. De Engelse rechter kijkt echter vooral of de agent een markt voor de goederen van de principaal ontwikkelt of goodwill voor hem creëert. Zo ja, dan vallen de activiteiten al gauw onder de Regulations. Nederland maakt geen onderscheid voor nevenactiviteiten.

Exclusiviteit

Wanneer onder Nederlandse recht een handelsagent een bepaald gebied of klantenkring toegewezen heeft gekregen, geldt het rechtsvermoeden van exclusiviteit, tenzij het tegendeel schriftelijk is overeengekomen. In Engeland moet exclusiviteit uitdrukkelijk overeengekomen worden. In de Engelse praktijk moet men overigens goed oppassen bij de toekenning van “sole” of “exclusive” rechten aan een handelsagent en de omvang hiervan duidelijk omschrijven. In het eerste geval mag de principaal doorgaans geen andere agent in het aangegeven gebied aanstellen, maar daar wel zelf actief zijn. In het tweede geval mag geen van beiden.

Compensation en indemnity

In Nederland is de klantenvergoeding, die de principaal aan het einde van de agentuurovereenkomst aan de handelsagent moet betalen, maximaal 1 jaar gemiddelde commissie berekend over de duur van overeenkomst of de laatste vijf jaar daarvan.
In het Engelse recht onderscheidt men “indemnity” en “compensation”. Een indemnity is in grote lijnen vergelijkbaar met de Nederlandse klantenvergoeding. Volgens de compensation methode heeft de handelsagent recht op het verschil in waarde van zijn business als gevolg van de beëindiging van de agentuurovereenkomst, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de manier waarop doorgaans een onderneming (bij verkoop) wordt gewaardeerd. De hoogte van de compensation is om die reden – in tegenstelling tot de indemnity methode – niet gemaximaliseerd en kan bij een succesvolle agentuur behoorlijk oplopen. Verder is de vaststelling van de compensation – zoals vaker bij bedrijfswaarderingen het geval is – arbitrair, sterk afhankelijk van de omstandigheden en praktisch onvoorspelbaar bij de aanvang van de agentuurovereenkomst.
Een belangrijke valkuil is dat de compensation methode automatisch van toepassing is, tenzij partijen vooraf bij het aangaan van de overeenkomst uitdrukkelijk een indemnity overeenkomen en compensation uitsluiten. Het komt nog al eens voor dat de Nederlandse principaal een door de Engelse handelsagent voorgelegde overeenkomst aanvaardt zonder dat daarin iets over een eindvergoeding staat vermeld. Hij is dan aan het einde van de agentuur de vaak veel duurdere compensation verschuldigd.

Uitsluiten pijplijn provisie

In Nederland heeft een handelsagent recht op provisie voor nagekomen orders. Partijen mogen daar niet contractueel van afwijken. Het Engelse recht kent een vergelijkbare regeling, maar de consensus is op dit moment dat dit regelend recht is en dat partijen deze bepaling mogen uitsluiten.

Opzegtermijn

In Nederland en Engeland mogen partijen bij een overeenkomst voor onbepaalde en bepaalde tijd niet afwijken van de minimum opzegtermijnen uit de EU richtlijn. Deze zijn in het eerste jaar één maand, in het tweede jaar twee maanden en in het derde jaar en daarna drie maanden. Indien partijen langere opzegtermijnen overeenkomen, mogen deze voor de principaal niet korter zijn dan voor de handelsagent.
Indien partijen in een overeenkomst voor onbepaalde tijd geen opzegtermijn zijn overeengekomen, geldt volgens het Nederlandse recht een opzegtermijn van 4 maanden plus een extra maand nadat de overeenkomst 3 jaar heeft geduurd en twee extra maanden na zes jaar. Het Engelse recht blijft in dit geval de eerder genoemde minimum opzegtermijnen uit de EU Richtlijn hanteren.
Een overeenkomst voor bepaalde tijd, die geen tussentijdse opzegtermijn bevat, mag zowel onder het Engelse als het Nederlandse recht in beginsel niet tussentijds worden opgezegd.
Een partij, die een agentuurovereenkomst onregelmatig opzegt, is in beginsel schadeplichtig.

Een agentuur, die voor bepaalde tijd is aangegaan, eindigt in Nederland en Engeland na afloop van de overeengekomen termijn. Wanneer de partijen een overeenkomst voor bepaalde tijd daarna toch voorzetten, wordt die in beide landen geacht te zijn gecontinueerd voor onbepaalde tijd. Indien men vervolgens wil opzeggen, gelden wederom de hierboven genoemde minimum opzegtermijnen. Voor de berekening van de opzegtermijn telt in dat geval de eerdere verstreken periode mee.

Verplichtingen handelsagent

De verplichtingen van de handelsagent onder de EU Richtlijn zijn in het Nederlandse recht verwerkt in artikelen 7:401, 403 en 445 BW. Hij moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Daarnaast moet hij handelen in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid (6:248 BW). Deze open normen bestrijken vele situaties, maar hebben als nadeel dat zij vaag zijn en zeer afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het Engelse recht werkt naast de normen uit de EU Richtlijn met meer concretere verplichtingen, die voor alle soorten van agenten gelden onder de common law en in equity*.

Beperkte werking good faith

In Nederland kennen wij de werking van de redelijkheid en billijkheid. In de Engelse rechtspraak wordt “good faith” echter zeer terughoudend toegepast (weliswaar bij agentuurovereenkomsten wat meer dan bij andere duurovereenkomsten).

Brexit

De verwachting is dat de Regulations ook na Brexit nog een tijdje in Engeland van kracht blijven. Het is echter niet uitgesloten dat een op de vrije markt georiënteerde Britse regering op enig moment na het vertrek uit de EU de regeling afschaft of aanpast.

 

* Common law: het niet gecodificeerde op precedenten gebaseerde recht in Engeland. Equity: een correctie op de common law waar die tot een zeer onredelijke uitkomst zou leiden.

Comments are closed.